De gevaarlijke tocht naar een nieuwe thuis

Waarom Eritreeërs steeds opduiken in onmenselijke vluchtverhalen

EU/ECHO/Malini Morzaria (CC BY-NC-ND 2.0)

De weg naar een nieuwe thuis lijkt voor Eritrese vluchtelingen op een survival of the fittest

‘Vooral Eritreeërs’ waren het, de transmigranten die vorige week bij een politieactie op de snelwegparking in Kruibeke werden opgepakt. Van winstgevende kidnappings in de Sinaïwoestijn, Libische slavenmarkten, de levensgevaarlijke tocht over de Middellandse Zee tot Belgische snelwegparkings. Hoewel de Eritrese vluchteling duidelijk recht heeft op asiel zie je de inwoners van dit kleine Afrikaanse land opvallend vaak opduiken in de meest onmenselijke vluchtverhalen.

Hoe komt het dat Eritreeërs steeds weer in deze penibele situaties terechtkomen? Wie het vluchtverhaal van de Eritreeërs reconstrueert, botst op zowat alle pijnpunten van de internationale opvang en bescherming van vluchtelingen.

Zij die niet kunnen worden uitgewezen

‘Eritreeërs terugsturen kan jammer genoeg niet’, zuchtte Theo Francken deze zomer nog. De vluchtelingen uit dit relatief onbekende land voldoen inderdaad aan de voorwaarden om bescherming als vluchteling te krijgen. In de EU zijn ze zelfs de groep met de grootste kans op een goedgekeurde asielaanvraag. Het land kreeg niet voor niets de bijnaam ‘het Noord-Korea van Afrika’.

Eritrea scheurde zich slechts 25 jaar geleden af van buurland Ethiopië. Eén op zes Eritreeërs keerde het jonge land al de rug toe en woont buiten de eigen landgrenzen. Het afgelopen decennium verliet maar liefst twaalf procent van de inwoners de jonge Afrikaanse staat. Op een totaal van zes miljoen Eritreeërs bevindt een half miljoen zich als vluchteling in het buitenland. Sinds de onafhankelijkheid groeide het land dan ook uit tot het minst vrije land van Sub-Saharaans Afrika.

Als Eritrea wel eens het Noord-Korea van Afrika wordt genoemd, dan is het zeker niet omdat het land de aandacht van westerse media trekt met nucleaire proeven en een ver doorgedreven personencultus zoals Kim Jong-un en het echte Noord-Korea dat heeft. De cultus rond president Isaias Afewerki is beperkt. De naam doet bij u waarschijnlijk geen belletje rinkelen. En een nucleaire knop heeft de leider ook al niet.

‘Een wijdverspreid systeem waarmee al 25 jaar lang misdaden tegen de menselijkheid worden begaan’

Op andere vlakken zijn er tussen de twee dictaturen wel parallellen te trekken. Freedom House geeft zowel Eritrea als Noord-Korea een magere drie op honderd in de jaarlijkse vrijheidsbarometer. De rapporten van zowat alle mensenrechtenorganisaties zijn onverbloemd snoeihard. Eritrea is een autoritaire staat waar het enige lot van een journalist de gevangenis is, waar de grondwet nooit in werking trad, waar politieke partijen en middenveldorganisaties verboden zijn en waar onafhankelijke justitie niet bestaat. Volgens het laatste rapport van de VN over de mensenrechten in Eritrea is sprake van ‘een wijdverspreid systeem waarbinnen al 25 jaar lang misdaden tegen de menselijkheid worden begaan.’

De andere gelijkenis tussen Noord-Korea en Eritrea is de oneindige militaire dienstplicht. Officieel duurt die voor mannen en vrouwen 18 maanden, in werkelijkheid is de duur onbegrensd en vaak langer dan tien jaar. De militaire dienstplicht wordt vaak in een vorm van dwangarbeid gewoon verdergezet.

‘De oneindige legerdienst ontneemt je de vrijheid om een eigen leven uit te bouwen’

Tecle Zere van de vereniging Eritreans in Belgium for Change bevestigt dat de oneindige dienstplicht veel inwoners doet vluchten: ‘Politieke vrijheid is er sowieso niet. Maar de oneindige legerdienst ontneemt je ook nog de persoonlijke vrijheid om een eigen leven uit te bouwen.’

‘Die oneindigheid maakt het ondragelijk’, zucht Zere, ‘Ik ken een man die 69 is en nog steeds het leger niet mag verlaten. Als dienstplichtige heb je jaarlijks recht op één maand verlof. De schamele vergoeding, enkele dollars per maand, volstaat niet om een familie te onderhouden. Veel mensen vluchten weg omdat ze geen licht aan het einde van de tunnel zien.’

Je dienstplicht ontlopen wordt in Eritrea hard bestraft. In de autoritaire staat worden de straffen willekeurig toegepast en is foltering in de gevangenissen niet uit te sluiten. Wie het land illegaal probeert te verlaten, of het nu is om de dienstplicht te ontlopen of aan andere vormen van onderdrukking te ontsnappen, begaat eveneens een strafbaar feit. Indien een Eritrese vluchteling zou worden teruggestuurd, kan hem een willekeurige en onmenselijke bestraffing te wachten staan. Het is een reden waarom Eritreeërs, zoals staatssecretaris Francken het al zei, niet kunnen worden teruggestuurd.

De mensensmokkel begint in eigen land

‘Schendingen van de mensenrechten op een schaal en grootte zoals zelden ergens werd gezien’, besloot de VN-onderzoekscommissie over mensenrechten in Eritrea. Er bestaat weinig twijfel over het feit dat Eritreeërs goede redenen hebben om het land te ontvluchten. Maar dat betekent niet dat de Eritreeërs makkelijk een nieuwe thuis vinden.

Nog meer dan andere vluchtelingen lijken Eritrese vluchtelingen erg kwetsbaar voor misbruik en uitbuiting. Mensensmokkelaars hebben hen kennelijk al heel vroeg in het vizier. Professor Mirjam van Reisen van de Universiteit van Tilburg volgt de vluchtelingenstroom al jaren. Volgens haar geraak je het land niet eens uit zonder de hulp van binnenlandse mensensmokkelaars: ‘Mensen ontvluchten het land om te ontkomen aan de dienstplicht, maar één van de grootste smokkelaars van vluchtelingen is een hooggeplaatste officier van het Eritrese leger. Hij verdient heel wat geld aan de exodus.’

‘Eritrea verlaten kost je vandaag al 3000 dollar’

Het land verlaten zonder officiële toestemming is een strafbaar feit. Wie toch vertrekt moet al in Eritrea een som geld betalen aan smokkelaars. ‘Vroeger had je 1000 dollar nodig om militairen, ambtenaren en politie een oogje te laten dichtknijpen. Vandaag kost dit al 3000 dollar per persoon. Het bedrag betaal je meestal rechtstreeks aan een smokkelaar die de juiste weg en juiste mensen kent’, weet van Reisen.

Hoewel de exodus de reputatie van het land beschadigt, verrijkt het ook heel wat mensen die deel uitmaken van het systeem. Volgens van Reisen beperkt de smokkel zich niet tot binnenlandse activiteiten, maar staan de grote spelers ook in verbinding met netwerken in de buurlanden. ‘Soms worden vluchtelingen al voor hun aankomst in een van de buurlanden doorverkocht’.

Een weg vol nieuwe gevaren

Volgens de VN ontvluchten maandelijks vijfduizend Eritreeërs het kleine land in de Hoorn van Afrika. Jaarlijks komen er 60.000 Eritrese vluchtelingen bij. Zoals vaak het geval is, geraakt een groot deel niet verder dan de buurlanden. Naar schatting 100.000 Eritreeërs bevinden zich in vluchtelingenkampen in Soedan en 150.000 in Ethiopië.

EU/ECHO/Malini Morzaria (CC BY-NC-ND 2.0)

 

Volgens een onderzoek van het Migration Policy Institute zetten Eritreeërs, in vergelijking met andere vluchtelingengroepen, toch vaker de reis vanuit het buurland verder. Dat hun vertrek niet veroorzaakt werd door een tijdelijk conflict, maar wel door een autoritair bewind dat niet snel de teugels zal lossen, doet Eritreeërs uitkijken naar een meer duurzame oplossing. In de vluchtelingenkampen in Soedan en Ethiopië ontbreekt het voor velen aan enig toekomstperspectief. Een leven in deze wachtkamers spreekt weinigen aan.

Bovendien voelen heel wat vluchtelingen zich niet veilig in de kampen. Eritrea zou er volgens sommige vluchtelingen haar spionnen hebben. Maar ook de Soedanese overheid wordt niet echt vertrouwd.

‘Vluchtelingen werden uit kampen ontvoerd en doorverkocht aan duistere bendes’

Sommige vluchtelingenkampen blijken ook effectief een eerste gevaarlijke hindernis op het parcours. Human Rights Watch bracht in 2014 een rapport over kidnapping van Eritrese vluchtelingen uit het Soedanese vluchtelingenkamp Shagarab. Het rapport beschrijft hoe ‘Soedanese veiligheidsagenten Eritreeërs uit de kampen ontvoeren om ze vervolgens te verkopen aan duistere bendes die de families in het thuisland om duizenden euro’s losgeld vragen’. Ook meldingen over misbruik en verdwijningen van minderjarige vluchtelingen zijn vandaag niet ongewoon.

Wie vrijwillig wil vertrekken, kan binnen de kampen zelf makkelijk contacten leggen met mensensmokkelaars die de route verder uitstippelen. Tot 2013 liep de meest populaire route via Egypte richting Israël. Soedanese en Egyptische smokkelaars verdienden flink wat geld door Eritreeërs de grens met Israël over te brengen.

Wie de smokkelaars niet kon betalen en zelf de tocht door de Sinaïwoestijn aanvatte, kwam vaak in handen van -alweer- kidnappers terecht. Hun familieleden kregen gruwelijke telefoontjes waarin ze te horen kregen hoe hun naasten gemarteld en verkracht werden. Zo werden ze onder druk gezet om zo snel mogelijk het losgeld over te maken. Kreeg de familie de som niet bijeen, dan werd het slachtoffer niet langer in leven gehouden.

‘Smokkelaars die hun inkomsten zagen dalen, schakelden over op kidnapping’

In 2013 sloot Israël de grens met Egypte hermetisch af om de Eritrese ‘infiltranten’, zoals ze er genoemd worden, tegen te houden. Sindsdien daalde het aantal nieuwe Afrikaanse vluchtelingen in Israël, maar steeg het aantal kidnappings in de Sinaïwoestijn. Volgens de onderzoekers van het Migration Policy Institute zagen de mensensmokkelaars hun inkomsten dalen en maakten velen de overstap naar de lucratieve kidnappings.

Ibodi (CC BY-SA 3.0)

In 2013 bouwde Israël een hek om de vluchtelingen uit Eritrea die via Egypte binnenkomen tegen te houden

Sindsdien is de westelijke route, die via Libië richting Europa gaat, in populariteit toegenomen. Bij het begin van de burgeroorlog in 2011 dreigde die weg nochtans even onbruikbaar te worden. Maar al snel ondervonden Libische milities dat de smokkel van Eritrese vluchtelingen een interessante bron van inkomsten is. De tocht kon, mits betaling, worden verdergezet.

De weg door Libië is dus niet goedkoop en erg gevaarlijk. Het grootste deel van de Eritreeërs die de oversteek naar Europa maken doet dit de laatste jaren vanuit dit Noord-Afrikaanse land. Maar opnieuw waren het ‘vooral Eritreeërs’ die in beeld kwamen toen de wereld de Libische slavenmarkten leerde kennen. Alsof het een afvallingsrace is, een survival of the fittest, haalt ook in Libië niet elke Eritreeër de volgende bestemming.

Recht op bescherming in Europa

Wie aan de Libische oever richting Europa tuurt, heeft er dus vaak al een helse tocht opzitten. De waarschuwing dat een oversteek naar het Europese vaste land niet zonder gevaar is, zal weinig Eritreeërs tegenhouden. Eenmaal op Europese bodem kunnen ze asiel aanvragen en ligt de kans op een goedkeuring hoger dan 90 procent. Hun nieuwe leven kan dan misschien eindelijk beginnen.

Uit de berichtgeving over de transmigrant op de Belgische snelwegparkings zou je kunnen afleiden dat wie de tocht over de Middellandse Zee overleeft het liefst naar het Verenigd Koninkrijk doorreist. Die groep is in werkelijkheid een kleine minderheid. Volgens Eurostat vroegen vorig jaar net geen 30.000 Eritreeërs in de EU asiel aan. Duitsland en Italië verwerkten samen meer dan bijna 60 procent van de aanvragen. Nederland en Zweden verwerkten elk drie keer zo veel aanvragen als het Verenigd Koninkrijk.

België heeft een relatief kleine Eritrese gemeenschap. Het nieuws over transmigranten wekt de indruk dat ons land enkel als transitland gebruikt wordt door Eritreeërs die dromen van het beloofde Engeland. In werkelijkheid verwerkten België en het Verenigd Koninkrijk vorig jaar ongeveer evenveel asielaanvragen uit het land.

Tecle Zere van Eritreans in Belgium for Change volgt de verhalen van de transmigranten. Hij gelooft niet, zoals wel vaker wordt beweerd, dat Eritreeërs liever naar het Verenigd Koninkrijk willen omdat ze de taal makkelijker spreken of denken dat ze er vlotter werk zouden vinden. ‘Veel Eritreeërs spreken ook helemaal niet zo goed Engels. De transmigranten zijn een erg kleine groep die vaak gewoon nog nooit van België gehoord hebben, familie hebben wonen in het Verenigd Koninkrijk en denken dat dit de enige manier is om met hen verenigd te worden’, gelooft Zere, ‘Ze hebben vaak al heel wat meegemaakt en zijn, zo dicht bij hun doel, moeilijk van dit idee af te brengen.’

Is het misschien allemaal voor niets geweest?

Deze zomer kwam Eritrea ook even op een positieve manier in het nieuws. Een historisch vredesakkoord tussen de buurlanden en aartsvijanden Ethiopië en Eritrea zorgt even voor hoop in de Hoorn van Afrika. Dit akkoord deed sommigen opperen dat het vluchtelingenprobleem uit Eritrea weldra binnenkort van de baan zou zijn.

 

Israël staat te springen om de 30.000 Eritreeërs die zich in het land bevinden een ticket huiswaarts te geven. Wie het land voor 2013 is binnen raakte, kreeg nooit de erkenning van asielzoeker, maar werd evenmin teruggestuurd. Ze kregen het label ‘illegale infiltrant’ en werden in het verleden door de Israëlische politica Miriam Regev ‘de kanker van het land’ genoemd, een omschrijving waar 52 procent van de Israëli’s zich blijkbaar in konden vinden. Prompt na de ondertekening van het vredesakkoord kondigde de Israëlische minister van Binnenlandse Zaken aan dat het vredesakkoord het terugsturen van Eritreeërs in de toekomst misschien mogelijk maakt.

Ook in politiek Europa werd al snel deze bedenking gemaakt. Na zijn ontmoeting met de Eritrese minister van Buitenlandse Zaken, Osman Saleh Mohammed, drukte de Duitse minister Gerd Müller zijn hoop uit dat met het conflict ook de oneindige legerdienst weldra tot het verleden behoort. ‘Nu er vrede is tussen Ethiopië en Eritrea kan de legerdienst misschien worden ingeperkt. Eritreeërs die terugkeren hoeven geen represailles te vrezen’, bevestigde Mohammed aan Deutsche Welle.

Sommige Europese politici zullen het ongetwijfeld graag horen. In Denemarken en het Verenigd Koninkrijk, waar in 2015 al eens pogingen werden ondernomen om de slaagkans van Eritreeërs in de asielprocedure naar beneden te krijgen, kan het vredesakkoord slecht nieuws zijn voor zij die de eindbestemming dachten te hebben bereikt.

Eritreakenner Mirjam van Reisen is echter sceptisch: ‘De broze economie draait voornamelijk op die onbeperkte legerdienst en de dwangarbeid die ermee gepaard gaat. Ook aan de mensensmokkel verdienen sommige politieke en militaire leiders vaak zelf iets. Het lijkt me daardoor onwaarschijnlijk dat men door het vredesakkoord met Ethiopië aan dit model zal willen raken.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Van Reisen is zelf net terug van de grens tussen Ethiopië en Eritrea. De vrede tussen beide landen is er zeker voelbaar. Ze was er getuige van ontroerende taferelen: ‘Families die door het conflict twintig jaar lang van elkaar werden gescheiden zagen elkaar voor het eerst terug.’

Maar die feestelijke taferelen overtuigen echter weinig Eritreeërs hun vluchtplannen even op te bergen. Het is nog vroeg om de impact van het vredesakkoord op de vluchtelingenstroom te meten, maar volgens van Reisen is er voorlopig eerder sprake van een toename dan een daling van het aantal vluchtelingen: ‘Aan de grensovergang in Ethiopië, waar ik me deze zomer bevond, waren er zelfs meer vluchtelingen aangekomen in vergelijking met dezelfde periode vorige jaren.’

Ook Tecle Zere gelooft niet dat er snel verandering zal komen: ‘Het regime zelf verandert niet. De onderdrukking is totaal. Zelf zie ik mezelf niet snel terugkeren. Ik heb geen idee wat me te wachten staat.’

Hoewel de minister van Buitenlandse Zaken verklaart dat wie terugkeert niets hoeft te vrezen, vindt Zere die uitnodiging niet erg geloofwaardig. Het is ook niet de eerste keer dat een diplomaat of minister verklaart dat de oneindige legerdienst zal worden afgeschaft. ‘Uiteindelijk zal ook deze minister door de president wel worden teruggefloten. Zo zagen we het in het verleden al vaker gebeuren’, denkt ook van Reisen.

Eritreeërs houden dus voorlopig de adem in. Na de onmenselijke tocht om in Europa bescherming te krijgen hopen ze dat het niet allemaal voor niets is geweest. Al kunnen we uit de eerste reacties afleiden dat het debat over hun mogelijke vertrek uit Europa misschien sneller zal worden heropend dan dat over de gevaarlijke tocht naar Europa.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift