Wie profiteert van de petrodollars in Guyana?

Gigantisch olieveld voor de kust van Guyana is een tikkende tijdbom

© Belgaimage / Agefotostock

De opbrengsten van een gigantisch olieveld op zee moeten Guyana voorgoed uit de armoede halen. Maar er zijn berichten over het gebrek aan veiligheidsmaatregelen, en bedenkingen over een mogelijke milieuramp.

Terwijl regeringsleiders bakkeleien over de omslag naar duurzame energie, slaan oliemaatschappijen in Guyana nog snel hun slag. De vondst van een gigantisch olieveld bracht de Guyanen in 2015 in extase. Maar wat blijft er vandaag nog over van die euforie?

22 juli 2019. Met een snelheid van 120 kilometer per uur raast onze chauffeur over de tweebaansweg, zijn handen losjes op het stuur. In tegenstelling tot mijn medepassagiers lijkt hij geen last te hebben van de barsten en kuilen in de weg. Als hij niet aan het bellen is, rookt hij achteloos een sigaretje. Luid toeterend drijft hij de aftandse auto door een kudde koeien. We zitten dicht opeengepakt en de sfeer is gespannen.

Die dag reisde ik van Suriname naar Guyana, waar ik een reportage zou maken over de vondst van een gigantisch olieveld in zee. De opzienbarende ontdekking bracht de Guyanen in extase. Niet verwonderlijk, hun land zou in 2026 per capita de hoogste olieproductie ter wereld hebben, orakelden waarnemers, waaronder het IMF. Dat is ongeveer één vat per persoon per dag. Internationale media gewaagden van ‘s werelds ‘grootste olievondst in jaren’.

Toenmalig president David Granger riep 20 december, de dag waarop hij in 2019 de productie van de eerste ruwe olie aankondigde, uit tot Nationale Petroleumdag. De toekomstige oliedollars zouden Guyana, een van de armste landen in de regio, voorgoed uit de armoede moeten halen.

© MO*

Het Liza-olieveld, waar de eerste ruwe olie van Guyana werd geproduceerd in 2019. Het ligt in het Stabroek-blok, dat uitgebaat wordt door onder andere oliegigant ExxonMobil.

De olie vloeit

Een half jaar na mijn bezoek aan de regio publiceerde de internationale mensenrechtenorganisatie Global Witness het rapport Signed Away over de oliesector in Guyana. Daarin voorspelde ze gigantische inkomsten voor het land.

Omdat de Guyaanse regering zelf geen ervaring heeft met olie- en gaswinning, raadde Global Witness haar aan beter zaken te doen met ExxonMobil. De Amerikaanse oliemaatschappij beheert voor de kust van Guyana al 21 oliebronnen, goed voor naar schatting 10 miljard vaten.

Intussen vloeit de olie rijkelijk, maar Guyana heeft er zelf maar weinig voordeel bij. Sinds 2015, toen de eerste bronnen ontdekt werden, verdiende Guyana nog maar 309 miljoen Amerikaanse dollar aan de nieuwe industrie. En dat terwijl ExxonMobil en zijn partners al zo’n 1,8 miljard dollar opstreken. De oliegigant werkt samen met Hess Guyana Exploration en CNOOC Nexen Petroleum Guyana (een Chinese oliemaatschappij), maar Exxon heeft het grootste aandeel in de deal, goed voor 45%.

Later zou Global Witness haar schattingen bijstellen; de organisatie haalde haar rapport offline. ‘Onze inkomstenanalyse was gebaseerd op de veronderstelling dat de klimaatafspraken van het Akkoord van Parijs niet zouden worden nagekomen. Daardoor hebben we de waarde van de olie te hoog ingeschat’, schreef de mensenrechtenorganisatie in een statement begin dit jaar. ‘Dit scenario zouden we niet meer accepteren, omdat broeikasgassen het komende decennium met de helft teruggedrongen moeten worden.’

Volgens nieuwe schattingen van de Organisatie van de Olie-exporterende Landen (OPEC) zal de vraag naar olie al rond 2030 haar hoogtepunt bereiken en gaan afvlakken, 20 jaar eerder dan verwacht. Daarnaast bereiden steeds meer oliemaatschappijen zich voor op de energietransitie en investeren ze in hernieuwbare energie.

Maar andere maatschappijen, zoals ExxonMobil, gaan net sneller en meer olie produceren. Daarbij laten ze oliegebieden met hogere kosten links liggen, want wie goedkoop produceert, krijgt zijn olie gemakkelijk verkocht.

© Ministry of the Presiency

Een drijvende slang brengt de eerste miljoenen vaten ruwe olie over van de Liza Destiny, een drijvend productie-, opslag- en lossingschip, naar de olietanker Cap Philippe.

De gezaghebbende Amerikaanse krant The Wall Street Journal stelt dat olie- en gasbedrijven in Europa en Noord-Amerika ‘alleen al in de eerste drie kwartalen van 2020 voor 145 miljard dollar aan activa afstootten’ – ofwel: zo’n 10% van hun marktwaarde. Beleggers willen zo het risico verminderen dat ze straks achterblijven met aandelen die niets meer waard zijn. Tegelijk investeren ze wel honderden miljoenen dollars in gebieden waar regeringen bereid zijn hen gunstige omstandigheden voor productie aan te bieden.

‘Offshore exploratie is competitiever en goedkoper geworden’, zegt Jimena Blanco vanuit Argentinië. Ze staat aan het hoofd van het onderzoeksteam in Noord- en Zuid-Amerika van Verisk Maplecroft, een adviesbureau dat risico’s analyseert voor investeerders in onder meer de olie- en gasindustrie. ‘In elke industrie is er behoefte aan nieuwe markten. De olie in Guyana is gevonden toen de olieprijzen net hun piek bereikten en bedrijven het geld hadden om te investeren.’

Klimaatdoelstellingen

Maar er is ook een keerzijde. Er zijn berichten over het gebrek aan veiligheidsmaatregelen bij de uitbating van het olieveld. Er is onduidelijkheid over hoe een mogelijke olieramp kan worden verzekerd, en er blijkt ook een illegale milieuvergunning te zijn. Dat alles zorgt voor groeiende onvrede in Guyana.

En alsof dat niet genoeg is, werkt ExxonMobil al meer dan een jaar met een kapotte gascompressor. Het overtollige gas dat daardoor vrijkomt, verbrandt het bedrijf nu, wat zeer schadelijk is voor het milieu.

Volgens het Guyaanse milieuagentschap heeft ExxonMobil zo naar schatting 9 miljard kubieke voet gas afgefakkeld. Alleen al in de eerste 15 maanden zorgde dat voor bijna 770.000 ton broeikasgasemissies. ‘De Amerikaanse oliemaatschappij doet helemaal geen moeite om de gascompressor te repareren’, zegt milieuadvocate Melinda Janki aan de telefoon.

‘Guyana heeft olievoorraden ontdekt op een moment dat de hele wereld praat over energietransitie.’
Jimena Blanco, adviesbureau Verisk Maplecroft

Sinds begin dit jaar leidt Janki namens twee burgers een rechtszaak tegen de Guyaanse regering, de eerste grondwettelijke klimaatzaak in het Caraïbisch gebied. De aanklagers eisen dat de regering haar contracten met ExxonMobil ontbindt, omdat de grootschalige olie- en gaswinning in strijd is met de grondwet. Die schrijft voor dat burgers recht hebben op een veilig en gezond milieu.

‘Niemand kan de wereldwijde klimaatcrisis nog betwisten’, zegt Janki. ‘De situatie is urgent. De productie van fossiele brandstoffen doet de opwarming van de aarde versnellen en vormt een bedreiging voor de mensenrechten.’

ExxonMobil zelf beweert dat zijn klimaatdoelstellingen tot de meest ambitieuze in de sector behoren. Het bedrijf wil de komende vijf jaar de intensiteit verminderen van de uitstoot van broeikasgassen die te maken heeft met de exploratie van olie (de zogenaamde upstream-activiteiten), met 15 tot 20% ten opzichte van het niveau in 2016. Maar de activiteiten van ExxonMobil in Guyana alleen al zullen zo’n 125 miljoen ton CO2 per jaar in de atmosfeer brengen, en dat voor nog zeker 15 jaar. Dat komt algauw neer op meer dan 2 miljard ton CO2.

© Reuters / Luc Cohen

Schepen liggen klaar om af te varen naar een offshore olieplatform van ExxonMobil (januari 2020).

Akkoord van Parijs

In 2015, precies het jaar dat ExxonMobil in Guyana op de eerste oliebron stuitte, ratificeerde het land ook het klimaatakkoord van Parijs. De regering beloofde toen niet langer afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen. Maar intussen stelt ze alles in het werk om ervoor te zorgen dat de operaties van de Amerikaanse oliemaatschappij vlotjes kunnen doorgaan.

Het Guyaanse Bureau voor Milieubescherming (EPA) stelde in september 2021 dat de regering ‘een milieueffectrapportage niet nodig’ vindt voor nog 12 nieuwe exploraties van ExxonMobil voor de kust van Guyana. Volgens het bureau zullen die namelijk ‘geen significante gevolgen hebben voor het milieu of de volksgezondheid’.

‘De prioriteit van de regering is om de olie zo snel mogelijk boven te halen. Ze heeft geen interesse in de bescherming van het milieu.’
Milieuadvocate Melinda Janki

De enige milieueffectenverklaring die ExxonMobil sinds het begin van zijn operaties heeft ingediend, dateert van 2017. Daarin stond de naam van een contactpersoon vermeld voor noodgevallen, bij een olieramp, maar de vrouw bleek al dood op het moment dat de plannen nog maar in de maak waren. ‘Het toont hoe weinig de regering doet om Guyana te beschermen’, zegt Janki, die zelf ook een fanatiek tegenstander is van de lokale olieontginning.

De milieuvergunning voor ExxonMobil kreeg al een goedkeuring op de dag van aanvraag zelf. De vergunning zou 23 jaar lang geldig blijven, terwijl de wet maximaal 5 jaar voorschrijft. Janki wist via een rechter af te dwingen dat die illegale milieuvergunning zou worden ingetrokken.

ExxonMobil moet nu nog in 2021 een nieuwe vergunning aanvragen. ‘We sporen mensen aan om die tegen te houden. De regering heeft geen controle over wat er offshore gebeurt. Het is een uiterst gevaarlijke situatie’, zegt de milieuadvocate.

Tikkende tijdbom

ExxonMobil neemt ook te weinig maatregelen om de veiligheid van zijn werknemers te beschermen, zo bleek in augustus uit een gezamenlijk onderzoek van The Guardian en het non-profit nieuwsagentschap Floodlight. Het bedrijf bereidt zich niet voldoende voor op een mogelijke ramp, zo beschuldigden deskundigen, zelfs al wordt de kans op zo’n ramp met de dag groter.

In studies van vóór 2008 bleek dat 25 tot 33% van alle resterende onontwikkelde offshore oliereservoirs ongeschikt waren voor de gebruikelijke boormethoden. ‘Dat percentage is de laatste tijd alleen maar toegenomen’, meent Maurizio Arnone, ingenieur bij het Amerikaans-Ierse olieveldservicebedrijf Weatherford. De angst heerst dat het olieveld een tikkende onderzeese tijdbom is.

Het verhoogde risico leidde tot de invoering en aanscherping van de nationale veiligheids- en milieuvoorschriften. Maar worden die ook nageleefd?

‘Guyana heeft een sterke milieuwetgeving’, zegt Janki. ‘Dat weet ik, want ik heb er zelf mee aan geschreven. Ze behandelt het effect van fossiele brandstoffen op de oceaan en het klimaat, en stelt zeer hoge eisen aan de milieueffectenrapportage. Maar de regering heeft geen interesse in de bescherming van het milieu. Haar prioriteit is om de olie zo snel mogelijk boven te halen.’

‘Volstrekt oneerlijk’

‘We krijgen de oproep onze olie in de grond te laten zitten. Dat is volstrekt oneerlijk.’
Vicepresident Bharrat Jagdeo

Rystad Energy, het grootste onafhankelijke energieadviesbureau in Noorwegen, voorspelt dat de totale olie-inkomsten van Guyana kunnen oplopen tot 310 miljard dollar. Het International Monetair Fonds (IMF) raamt de economie van het land in 2025 op 14,1 miljard dollar, bijna drie keer zoveel als in 2019.

Op een conferentie in september zei Bharrat Jagdeo, vicepresident van Guyana, dat zijn land het recht heeft om zijn olie te exploiteren. ‘We krijgen de oproep onze olie in de grond te laten zitten’, zei Bharrat. ‘Dat is volstrekt oneerlijk.’ Hij benadrukte dat Guyana een ‘legitieme verwachting’ heeft om welvarend te worden.

‘Guyana bevindt zich in een heel moeilijke positie’, zegt risicoanaliste Jimena Blanco van adviesbureau Verisk Maplecroft. ‘Het land heeft olievoorraden ontdekt op een moment dat de hele wereld praat over energietransitie. Het heeft dus maar weinig mogelijkheden om er zijn voordeel mee te doen. Tegelijk moet het zich voorbereiden op een wereld waarin wellicht geen vraag meer is naar fossiele brandstoffen.’ De regering is zo momenteel op zoek naar een partner voor de ontwikkeling van een waterkrachtproject dat goed moet zijn voor een vermogen van 165 megawatt.

© Belgaimage / Agefotostock

Milieuadvocate Melinda Janki: ‘Guyana heeft een sterke milieu- wetgeving,die kijkt naar het effect van fossiele brandstoffen op oceaan en klimaat. Maar de regering doet weinig om het milieu te beschermen.’

Gunstige voorwaarden

Maar volgens Janki doet Guyana bij lange na niet genoeg om zich voor te bereiden op die energietransitie. Alle ogen blijven gericht op de toekomstige oliedollars, vindt ze. Maar ook dat zou weleens erg kunnen tegenvallen. Janki wijst op een rapport van het Amerikaanse Institute for Energy, Economics and Financial Analysis. Dat voorspelt dat Guyana tegen eind 2025 20 miljard dollar verschuldigd zal zijn aan ExxonMobil en zijn partners.

Die schuld zal deels te wijten zijn aan de gunstige voorwaarden waaronder Guyana met ExxonMobil in zee ging. Het land staat onder meer in voor alle onkosten van de oliemaatschappij. Die moet op haar beurt maar 2% royalty’s afdragen aan de Guyaanse staat. Ter vergelijking: het gemiddelde tarief daarvoor in ontwikkelingslanden is 16%.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Voor Blanco is dat alvast geen verrassing. ‘De contractvoorwaarden in een nieuwe markt als Guyana zijn meestal gunstig voor bedrijven, omdat ze dan zelf niet het grootste risico moeten nemen. Achteraf kan je altijd zeggen dat je meer had moeten krijgen, maar op het moment van de investering wist niemand dat er daadwerkelijk wat te halen viel. Zonder grote vondsten had het bedrijf al zijn investeringen kunnen verliezen’, verklaart Blanco de tegenvallende inkomsten voor Guyana.

Intussen gaat de zoektocht naar meer olie gewoon door, tot groeiende frustratie van de bevolking. ‘Eerst juichten de Guyanen de olie-industrie toe, omdat ze te horen kregen dat ze er rijk van zouden worden’, zegt Janki. ‘Vandaag klinkt een heel ander geluid. Ze beseffen nu dat ze helemaal niet rijker maar net armer worden van de petrodollars.’

In juni 2022 verschijnt de Guyaanse klimaatzaak opnieuw voor de rechter. Of die kans maakt? ‘De uiteindelijke beslissing ligt bij de rechter’, zegt Janki. ‘Maar we zouden er niet aan beginnen als we niet denken dat we sterk staan.’

Over dit artikel

Journaliste Zoë Deceuninck: In Zuid-Amerika wordt er bij de ontdekking van een nieuwe oliebron telkens opnieuw uitbundig gejuicht. En dat terwijl de rest van de wereld zich (sneller dan voorzien, trager dan noodzakelijk) voorbereidt op een toekomst zonder olie. Die tegenstrijdigheid ligt aan de basis van dit artikel. Waarom kwam er pas interesse voor Guyana toen de energietransitie al was aangekondigd?

Het antwoord is ontmoedigend: oliemaatschappijen gaan bewust op zoek naar landen waar ze onzorgvuldig en goedkoop kunnen werken, om straks meer winst te maken. In de race om de laatste olie en de bijhorende dollars krijgen ze veelal hulp en ondersteuning van de lokale bevolking en regering. Arme landen willen doen wat de rijke deden: welvaart creëren op hun rug. Maar in het grotere plaatje wordt maar één groep rijker, en dat zijn niet de Guyanen.

Deze analyse werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur