Kameroen betaalt pr-bedrijven om de president een 'positief imago' aan te meten

Hoe de dictator van Kameroen miljoenen aan Amerikaanse bedrijven geeft om zijn reputatie op te poetsen met “fake news”

© Bensemra / Zohra Reuters

Een meisje staat voor een muur met verkiezingsaffiches van president Paul Biya, tijdens de presidentsverkiezingen van 2018

Oppositieleden opsluiten en stembrieven vervalsen is zó passé voor dictators anno 2020. Een betere strategie blijkt om pr-bedrijven in te schakelen die de reputatie van je staat in het buitenland opvijzelen. MO* onderzocht hoe de Kameroenese president Paul Biya precies voor dat doel, en met het belastinggeld van zijn eigen burgers, Amerikaanse bedrijven inschakelt.

Public relations-lobby’s hebben geen al te beste reputatie. Ze zijn er bovendien niet alleen voor “onschuldige” bedrijven en organisaties: in ruil voor harde dollars zetten ze hun netwerk ook in om de imago’s van dubieuze regimes te zuiveren.

Die regimes profiteren van het resultaat van dat pr-werk op verschillende manieren. De vernieuwing van een militair akkoord of een handelsakkoord, een zitje in een belangrijk orgaan, het opheffen van internationale sancties… Pr-bedrijven zijn een handig instrument voor veel regimes om zich zo ‘normaal’ mogelijk voor te doen voor de buitenwereld, terwijl binnen de grenzen de vreselijkste dingen gebeuren.

Het Centraal-Afrikaanse Kameroen is zo’n land dat hard aan zijn imago laat timmeren. MO* onderzocht de details van verschillende contracten die de Kameroenese regering aanging met pr-firma’s. Kameroen is zeker niet het enige land dat dit doet, maar weinig dictators beheersen het schaduwspel van perceptie en imago zo goed als de Kameroenese president Paul Biya.

De man is 87 jaar en zit al goed 38 jaar in het pluche van zijn presidentszetel. Onder Biya’s bewind vervelde Kameroen tot een de facto dictatuur. Oppositieleden verdwijnen massaal in de gevangenis. Betogingen voor meer inspraak in het Engelstalige deel van het land ontspoorden in 2017 tot een volbloed burgeroorlog, nadat de president elke vorm van dialoog weigerde. Daar, en ook in het conflict met Boko Haram in de noordelijke provincie, begaan Kameroenese troepen systematisch wreedheden tegen de burgerbevolking.

Het vrat allemaal aan Biya’s reputatie, met alle gevolgen van dien. In februari 2019 schroefden de Verenigde Staten hun militaire hulp aan Kameroen terug. Enkele maanden later verloor het land zijn geprivilegieerde toegang tot de Amerikaanse markt, voorzien onder de African Growth and Opportunity Act.

Het waren twee tegenvallers van formaat voor de Centraal-Afrikaanse dictator, maar de Amerikanen hadden amper een keuze. Alleen niets doen zou nog wranger smaken, zeker nadat in juli 2018 een filmpje viraal ging waarbij een Kameroenese vrouw en haar baby als ratten werden afgemaakt door regeringssoldaten. Later dat jaar ‘won’ Biya voor de zevende maal de verkiezingen. De bewijzen van fraude waren even overdonderend als beschamend.

En toch. ‘De Verenigde Staten blijven een vriend en partner van Kameroen’, staat er ondanks alles nog steeds te lezen op de website van de Amerikaanse ambassade in de Kameroenese hoofdstad Yaoundé.

Paul Biya kent het belang van een goede verstandhouding met het machtigste land ter wereld. Hij beseft dat dergelijke relaties onderhouden en gemasseerd moeten worden. Dat laat hij graag over aan Amerikaanse pr-firma’s die zich hebben gespecialiseerd in het witwassen van dictators.

Sinds 2017 werden er minstens vijf deals geregistreerd tussen de Kameroenese overheid en Amerikaanse pr-bedrijven:

  • Er is een twaalfmaandencontract vanaf augustus 2017 met Mercury Public Affairs ter waarde van 1,2 miljoen dollar.
  • Dit contract overlapt met dat van Squire Patton Boggs voor 400.000 dollar per jaar, dat eind 2017 afliep.
  • Halverwege 2018 nam Glover Park Group de public relations over, voor een deal ter waarde van 600.000 dollar.
  • Tussen juli 2019 en juli 2020 sprong Clout Public Affairs in het oog: 660.000 dollar.
  • Daartussen zien we nogmaals Squire Patton Boggs verschijnen voor een contract ter waarde van 400.000 dollar.
Foreign Agents Registration Act

Een uittreksel uit de database van de Amerikaanse “Foreign Agents Registration Act”, dat de commerciële contracten met de Kameroenese overheid toont.

Al deze informatie is publiek toegankelijk, onder andere op de website van de Foreign Agents Registration Act, de waakhond van buitenlandse lobbyisten van het Departement Justitie in de Verenigde Staten.

Totaalbedrag van de contracten: 3,26 miljoen dollar sinds juli 2017. Geld dat de Kameroenese belastingbetaler moest ophoesten. De Kameroenese pr-uitgaven gingen sinds 2017 door het dak.

De herrijzenis van een dictator

Toch zijn er ook vroegere voorbeelden te vinden van hoe Amerikaanse pr-lobby’s de lokale gang van zaken witwassen. Een cruciaal voorbeeld voor Kameroen vinden we in 2004. In oktober van dat jaar waren er presidentsverkiezingen in Kameroen, en Paul Biya plande die te winnen. Het zijn belangrijke verkiezingen, maar het zit de dictator niet mee.

Begin dat jaar had het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken namelijk gerapporteerd dat het Kameroenese leger zich had bezondigd aan buitengerechtelijke executies en andere wreedheden.

Bovendien heeft het internet intussen zijn kruissnelheid bereikt, ook op het Afrikaanse continent. Het worden de eerste presidentsverkiezingen met deze nieuwe technologie als factor. Hoe zal de bevolking omgaan met relatief vrij beschikbare informatie?

Biya beseft dat zijn gebruikelijke manier om de stembusgang te stelen – oppositie opsluiten, stembrieven manipuleren – te risicovol is. Washington mag dan graag een oogje dichtknijpen voor Afrikaanse landen met veel grondstoffen, in deze context riskeert Biya te veel krediet kwijt te spelen in Washington.

Het moet dus subtieler: stembiljetten vervalsen is niet genoeg. De hele perceptie rond de verkiezingsshow moet veranderen.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

In juli 2004, enkele maanden voor de verkiezingen, vindt Paul Biya zichzelf opnieuw uit als dictator. Hij contacteert de Amerikaanse firma Squire Patton Boggs en sluit een contract ter waarde van 400.000 dollar af. De taak van het pr-bedrijf is de Kameroenees-Amerikaanse banden aan te halen, inclusief wanneer het gaat om ‘kwesties met betrekking tot de verkiezingen’.

Eén van de lobbyisten van Squire Patton Boggs, Greg Laughlin, brengt een groepje voormalige parlementsleden bijeen, die als onafhankelijke verkiezingswaarnemers een oogje in het zeil zullen houden op de dag van de verkiezingen.

Biya ‘wint’ die verkiezingen met 71 procent van de stemmen. ‘De verkiezingen zijn eerlijk verlopen’, getuigen Laughlin en de zijnen na afloop van de verkiezingen. De getuigenis werd breed uitgesmeerd in de lokale media. ‘Stemgang imponeert Amerikaanse waarnemers’, kopt het regimegezinde dagblad Cameroon Tribune op 13 oktober.

Het maakt voor de internationale gemeenschap nauwelijks uit dat je verkiezingen steelt. Hoé je ze steelt, is veel belangrijker.

De ex-parlementsleden onder leiding van Laughlin lieten zich, bewust of niet, in de luren leggen door Kameroenese ambtenaren, zo bleek achteraf. Ze kregen slechts een handvol door het regime geprepareerde verkiezingslokalen te zien.

Andere verkiezingswaarnemers vallen steil achterover. ‘In een aantal belangrijke gebieden mist het verkiezingsproces geloofwaardigheid’, concludeert een andere delegatie, onder leiding van de voormalige Canadese eerste minister Joe Clark. Zijn delegatie bezocht niet minder dan 263 verkiezingslokalen verspreid over het hele land.

Christian Tumi, de kardinaal van Douala, is nog scherper: ‘Net zoals alle andere verkiezingen zijn ook deze verkiezingen vergeven van de fraude.’ Maar het kwaad is geschied: het is vooral Laughlin’s getuigenis die resoneert.

In het informatietijdperk betekent imago alles, lijkt Biya te beseffen. Het maakt voor de internationale gemeenschap nauwelijks uit dat je verkiezingen steelt. Hoé je ze steelt, is veel belangrijker.

Paul Biya krijgt de smaak te pakken. Een maand na de gestolen verkiezingen tekent Biya een contract met Richard Schulze, lobbyist van de pr-firma Valis Asociates én medewaarnemer van Greg Laughlin tijdens de verkiezingen, ter waarde van 150.000 dollar. De taak: ‘de impact van Kameroens politieke en economische hervormingen maximaliseren in de Amerikaanse regering’.

Bron: databank Foreign Agents Registration Act

Een maand na de gestolen verkiezingen van 2014 tekent Kameroenees president Paul Biya een contract met de Amerikaanse pr-firma Valis Asociates.

In de loop der jaren zullen nog vele pr-firma’s volgen. Hoe penibeler Biya’s situatie, hoe meer hij beroep doet op de Amerikanen om z’n imago te zuiveren. Het hoeft dus niet te verwonderen dat het aantal contracten beduidend precies na 2017 toeneemt, een jaar voor de presidentsverkiezingen en bij het begin van de oorlog in het Engelstalige gedeelte van het land.

“Fake news” in Kameroen

De public relations kosten president Biya miljoenen dollars én zijn schaamte. In de aanloop naar de verkiezingen van oktober 2018 worden op sociale media een aantal kanalen opgericht die opvallend eenzijdig zijn. Ze schuiven de schuld van elk gewelddadig incident in de schoenen van separatisten, zonder de rol van het Kameroenese leger te belichten.

Zo vinden we onder meer terug: @CameroonTruth (opgericht in augustus 2018):

En ook @AgenceCamPresse, onderdeel van het “persagentschap” Agence Cameroun Presse, opgericht in juli 2018:

Vooral dat laatste kanaal, Agence Cameroun Presse, is interessant. Hun doel is om ‘de feiten en het echte nieuws over Kameroen’ te brengen, aldus hun website.

Maar…

In de nasleep van de verkiezingen van eind 2018 verschijnen op de nationale televisie buitenlandse waarnemers die melden dat ze door Transparency International zijn uitgestuurd om de verkiezingen te monitoren. Ze melden dat het verkiezingsproces in alle eerlijkheid is verlopen.

Transparency International, een internationale ngo, reageert als door een wesp gestoken. De organisatie heeft helemaal geen waarnemers naar Kameroen gestuurd, en niemand bij de organisatie kent ook maar één van de zogenaamde waarnemers. De organisatie spreekt schande van het misbruik van haar naam. Dat bevestigt Michael Hornsby, hoofd communicatie bij Transparency International, in 2018 persoonlijk in een mail aan MO*. ‘Het lijkt erop dat ze uitgenodigd werden door Agence Cameroun Presse’, schrijft hij nog.

De ‘waarnemers’ blijken een bont allegaartje van kruimeldieven, tuiniers en werklozen te zijn. Géén van de betrokken personen heeft ervaring met het monitoren van verkiezingsprocessen, en zelfs niet met het Afrikaanse continent. Onder hen bevindt zich ene Nurit Greenger, die op Twitter op 9 oktober 2018 verklaart uitgenodigd te zijn door zowel Agence Cameroun Presse als Transparency International.

Op het moment dat het ‘persagentschap’ Agence Cameroun Presse werd opgericht, in juli 2018, liepen er twee pr-contracten met de Kameroenese overheid: bij Mercury Public Affairs (ter waarde van 1,2 miljoen dollar) en bij Squire Patton Boggs (400.000 dollar). Beide contracten vermelden expliciet ‘het verbeteren van het imago van Kameroen in de Verenigde Staten’.

Is het toeval dat het regime van Biya, net als in 2004, valse verklaringen van schijnbaar onafhankelijke buitenlanders inzet om zijn herverkiezing geloofwaardigheid te geven? Bestaat het dat de ‘waarnemers’ of hun opdrachtgevers onbezoldigd werk hebben verricht? Hoe onwaarschijnlijk ook, het zou kunnen. MO* kon voorlopig géén directere link vaststellen tussen Agence Cameroun Presse en Squire Patton Boggs of Mercury Public Affairs.

Geen amateurisme

Elders vinden we wel expliciete voorbeelden van de manier waarop Amerikaanse pr-firma’s fake news inzetten om de publieke opinie te doen kantelen — en daarmee ook de wetgevende macht in Washington.

MO* onderzocht een contract tussen de Kameroenese overheid en de Amerikaanse pr-firma Clout Public Affairs. In het contract, ondertekend op 2 juli 2019, staat zwart op wit dat Clout Public Affairs ‘professionele pr-services zal voorzien om Kameroen in een positief en gunstig daglicht te stellen’. Dat zal gebeuren door ‘minstens vier artikels te plaatsen in conservatief georiënteerde nieuwssites’. Deze artikels moeten de basis vormen voor een ‘robuust partnerschap in de toekomst’.

Fake of discutabele nieuwsstukken dus, die een positiever beeld van Kameroen in de Verenigde Staten moet promoten. De prijs voor die diensten? Vier zulke berichten per maand à 55.000 dollar, exclusief kosten.

MO* zocht en vond een voorbeeld van zo’n artikel. Op 18 december 2019, vlak voor Kerstmis, probeert Clout Public Affairs een snaar te raken bij godvrezend Amerika. De lobbyisten schrijven een krantenbericht met als kop: ‘Terreurgroep Boko Haram blijft christenen vervolgen.’

Het verhaal opent met een brutale moord op een niet-nader geïdentificeerde ‘christelijke jongen’ in Kameroen. Verder maant het artikel de lezer haast terloops aan om ‘het belang van landen als Nigeria en Kameroen te erkennen’, en wel ‘vanwege Amerika’s toewijding aan vervolgden wereldwijd en onze strijd tegen fundamentalisme’.

En voor wie twijfelt of die vervolgden wel het juiste geloof aanhangen: ‘De grote meerderheid van de 200.000 vluchtelingen in Kameroen zijn christenen.’ Dat is fout: in de noordelijke streken waar terreurbeweging Boko Haram opereert, is het grootste deel van de bevolking islamitisch.

Verder geeft het artikel nog af op Democraten in de Verenigde Staten, ‘die eerder het Kameroenese leiderschap veroordelen dan de aanvallen van Boko Haram’, om af te sluiten met een melige reflectie over solidariteit.

Het artikel van Clout Public Affairs verscheen in verkorte versie op de website van Hispolitica, naar eigen zeggen ‘een nationale website over politieke problemen die niet alleen hispanics maar alle Amerikanen aanbelangen.’ Nergens is een vermelding naar Clout Public Affairs te zien. Maar plagiaat is niet de enige misstap die hier wordt begaan.

De website van Hispolitica lijkt uit de jaren negentig te stammen. Op de homepage hebben ze nog artikels uit 2017 staan. Hun Twitteraccount telt welgeteld 102 volgers.

Eigenaar van Hispolitica, zo staat op zijn persoonlijke website te lezen, is de heer Javier Manjarres, een tot Amerikaan genaturaliseerde Colombiaan.

Een screenshot van de persoonlijke website van Javier Manjarres.

Manjarres beheert via zijn vehikel Diverse New Media nog meer nieuwswebsites: onder meer The Floridian en CactusPolitics (‘Arizona’s scorching desert politics’). Het zijn stuk voor stuk knullige sites met wat lokaal nieuws en nauwelijks volgers op sociale media.

Hier is duidelijk meer aan de hand dan plagiaat en amateurisme. Daarvoor heeft Manjarres te veel contacten in hoge kringen. Op Facebook pocht hij met een foto waarop hij samen met Donald Trump te zien is. Marco Rubio, de Republikeinse senator uit Florida, lijkt hij persoonlijk te kennen, evenals de Republikein Ted Cruz.

En dan wordt de wereld plots heel klein. De huidige CEO van Clout Public Affairs is David Polyansky, die tot 2018 werkte als campagneleider van… Ted Cruz. En Clout’s managing director is Matthew Whitaker, voormalig minister van Justitie onder Donald Trump. Het mag duidelijk zijn: Clout Public Affairs heeft tentakels tot op het allerhoogste niveau.

Lezen we op 16 december 2019 op de website van CactusPolitics (34 volgers op Twitter): ‘Hoe de regering-Trump een vredesdeal scoorde in Afrika’. De auteur: diezelfde Javier Manjarres, die opnieuw geen enkele link legt naar Clout Public Affairs.

Het artikel is nochtans een letterlijke kopie van de tekst die Clout Public Affairs officieel indiende bij de Amerikaanse lobbywaakhond op 17 december 2019. Dat blijkt ook uit de open databank van het Center for Responsive Politics, dat geldstromen in de politiek van de Verenigde Staten volgt en helpt blootleggen.

Een dag eerder, op 16 december 2019, verschijnt het artikel al op CactusPolitics, de website van Javier Manjarres. Het is dus onmogelijk dat Clout Public Affairs en Javier Manjarres geen banden onderhouden.

Nieuws voor ‘de juiste wetgevers’

Er zijn nogal wat onduidelijkheden over de positie en het werk van die Javier Manjarres. Wat doen al die artikels over Kameroen op een website over lokaal nieuws uit Arizona en Florida? Wat krijgt Manjarres van Clout Public Affairs in ruil voor de publicatie van die artikels? En waarom doet Clout Public Affairs zoveel moeite om iets te publiceren op een website met 34 volgers op Twitter?

Ik bel Manjarres op. Hij erkent het bestaan van Clout Public Affairs, en ook dat hij er geregeld artikels van overneemt.

Hij ontkent echter dat hij er geld voor krijgt. Manjarres beweert de journalistieke code te kennen en te respecteren. De reden dat hij de artikels publiceerde, is dat Marco Rubio (de Republikeinse senator uit Florida) zich had uitgesproken over Kameroen, beweert hij. ‘Dat maakt het nieuwswaardig in Florida, en dus publiceer ik het’, zegt hij vanuit Florida.

Verder in het gesprek klinkt het dat zijn websites het niet van sociale media moeten hebben. ‘We mikken sowieso vooral op e-mail voor verspreiding.’ Even later komt de echte reden ter sprake: ‘Het is vooral belangrijk dat de juiste wetgevers ons lezen.’

Met andere woorden: deze websites hebben helemaal geen ambitie om een publiek te informeren. Ze dienen louter om op het beleid te wegen.

Hard bewijs is er niet dat Manjarres geld van Clout Public Affairs aannam om de artikels te publiceren. Hijzelf ontkent dat ook ten stelligste. Sterker nog: tijdens het telefoongesprek beweert Manjarres niets te weten van de 55.000 dollar die Clout Public Affairs maandelijks opstrijkt van de Kameroenese regering. ‘Ik zal hen hierover contacteren’, klinkt het droog.

Maar Manjarres is niet in zijn eerste leugen gestikt, blijkt uit verder onderzoek. Als we de uitgaven van politieke kandidaten in Clay County, Texas bekijken, zien we daarin dat Manjarres via zijn bedrijf Diverse New Media 2750 dollar ontving voor ‘advertising’ van Mike Taylor, kandidaat-sheriff voor de Republikeinen.

In het nieuwsbericht dat Manjarres voor Mike Taylor schreef, beschuldigt hij een andere kandidaat-sheriff van intimidatie en een illegale arrestatie. Het verhaal bleek onjuist te zijn, maar de gevraagde correcties werden nooit doorgevoerd.

In Florida staat Manjarres inderdaad bekend als een ‘pay-to-play-blogger’. Met andere woorden: hij schrijft over eender wat, als je hem maar betaalt.

‘Meer dan over geld gaat dit over invloed en netwerken, maar die laten zich nu eenmaal moeilijker meten.’

Een blik op Manjarres’ strafblad draagt ook niet bij aan ’s mans reputatie: poging tot moord (hij nam op een parking in Florida de vriend van zijn zus en diens pick-up onder vuur in 2016), huiselijk geweld, inbraak met geweld.

Hoe plausibel is de uitleg van Manjarres? Werd hij als nuttige idioot ingezet door Clout Public Affairs of kreeg hij geld? Ik vraag het aan Anna Massoglia, die als onderzoekster verbonden is aan het Center for Responsive Politics in Washington. Zoals de naam doet vermoeden onderzoekt deze instelling transparantie in de democratische rechtsstaat.

Massoglia kent het specifieke geval van Manjarres niet, maar is uiteraard wel op de hoogte van de activiteiten van dergelijke pr-bedrijven. Ze zegt dat het goed mogelijk is dat Manjarres geen geld heeft gekregen van Clout Public Affairs. ‘Het is mogelijk. Misschien zat hij om content verlegen, en dan is het gemakkelijk dat iemand je een idee voor een artikel stuurt. Maar meer dan over geld gaat dit uiteraard over invloed en netwerken, en die laten zich nu eenmaal moeilijker meten.’

Dubbel genaaid

Er is nog iets opmerkelijks aan de vier stukken per maand die Clout Public Affairs beloofde te schrijven voor de regering van Kameroen: ze gaan niet louter over Kameroen. Dikwijls hebben ze een pro-Trump-passage. Geregeld worden prominente leden van de Democratische partij door de mangel gehaald.

Dat is geen toeval. Verschillende van de besproken pr-bedrijven worden gerund door figuren gelinkt aan politici uit ultraconservatieve, Republikeinse hoek. David Polyansky, de ex-campagnechef van de prominente Republikein Ted Cruz, is daar een mooi voorbeeld van.

Neem het artikel dat Manjarres eind 2019 publiceerde, ‘Hoe de Trump-administratie een vredesdeal scoorde in Afrika’. Het opent met een verwijzing naar de poging van de Democratische Partij om Trump af te zetten, en betitelt die poging als ‘een verkiezingsuitslag ongedaan willen maken’. Verderop wordt Trump geprezen als broker voor een zogenaamde ‘diplomatieke winst’ in Kameroen en worden achtereenvolgens de regering-Obama en de Amerikaanse senatrice Karen Bass belasterd.

Clout Public Affairs propageert zijn eigen politieke agenda, en laat zich daar tegelijk rijkelijk voor betalen door de armste mensen ter wereld.

Het artikel van Manjarres dient daarmee niet alleen de Kameroenese belangen, het is in de eerste plaats een lasterlijk opiniestuk over de Amerikaanse binnenlandse politiek. En, voor alle duidelijkheid: dit artikel werd geschreven en geregistreerd door Clout Public Affairs in het kader van de deal met de Kameroenese regering, en betaald door de Kameroenese belastingbetaler.

Die laatste wordt hierdoor feitelijk dubbel genaaid. De Kameroenezen draaien niet alleen op voor het witwassen van hun eigen dictator in het machtigste land ter wereld, maar ze financieren tegelijk de verspreiding van conservatieve propaganda in de Verenigde Staten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Vanuit het perspectief van Clout wordt het helemaal cynisch. Dat bedrijf propageert zijn eigen politieke agenda, en laat zich daar tegelijk rijkelijk voor betalen door de armste mensen ter wereld.

De betrokken pr-firma’s, waaronder Clout Public Affairs, wensten ondanks aandringen niet te reageren.

Verzet tegen de activiteiten van betrokken bedrijven is er nauwelijks. In één geval spande de Kameroenees-Amerikaanse advocaat Jiggi Tah een rechtszaak aan voor een Amerikaans Hof tegen de Kameroenese regering. Tah verloor de zaak wegens gebrekkig onderbouwd bewijs. Hij reageert elektronisch vanuit het Amerikaanse Delaware: ‘Dergelijke bedrijven moedigen indirect mensenrechtenschendingen aan. Het doel van deze rechtszaak was om aan te tonen dat de contracten ongrondwettelijk zijn. Vanaf dat gebeurd is, kunnen we de uitbetaalde miljoenen terugvorderen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur